Het observeren van vogels in de tuin vind ik ontzettend leuk. Ik heb altijd iets met vogels gehad, als kind zat ik vaak met mijn neus in het boekje “Wat vliegt daar?’ van W. H. Van Dobben. Dat vogels konden vliegen had voor mij iets magisch! 

Ik keek graag uit het raam naar het voederhuisje in ons achtertuintje waar koolmezen en een enkele pimpelmees hingen te bungelen aan het pindasnoer en na veel gehak er een pindaatje uithaalden. Vogels profiteren van de welvaart wat betreft het voeren door de mens: ze krijgen tegenwoordig vetbollen, luxe pindacakes, speciale vogelpindakaas en wat al niet meer.  

Aan de andere kant hebben vogels ook last van onze welvaart. In de stad hebben vogels steeds minder leefgebied door de toenemende verstening van tuinen. Tegenwoordig zijn dat vaak huiskamers met bankstellen, overkappingen en barbecues.  Met beelden, kunstgras en een paar palmen probeert men in een ultieme poging nog wat van het geheel te maken. Vogels hebben op zo’n plek niets meer te zoeken. 

Vlaamse gaai

In het radioprogramma Vroege Vogels hoorde ik Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam in zijn column spreken over de “blokkerkraai.” Ik dacht eerst dat hij een speciaal soort kraai bedoelde, maar nee. Hij had het over een plastic kraai die mensen op hun balkon of in de tuin zetten als vogelverschrikker. Het moet niet veel gekker worden! Komisch is het wel want die kraaien werken helemaal niet. Daarom raadt Intratuin, die allerlei dingen verkoopt om ongewenste dieren uit de omgeving te verjagen, aan de kraai om de paar dagen te verplaatsen. Zodat vogels denken dat het een echte is.  Dat lijkt mij een behoorlijke onderschatting van onze gevederde vrienden. 

Vogels hebben in hun leefgebied behoefte aan drie V’s: voedsel, veiligheid en mogelijkheden tot voortplanting. Met dat laatste liep het vorige lente in mijn tuin niet goed af voor een merel paar. Eksters roofden met veel bombarie het nest met jongen leeg. Inmiddels heeft een nieuwe, nog jonge merelman mijn tuin tot zijn territorium verklaard. Dat het nog een jonge merel is zie je aan de snavel die nog niet knalgeel is.

Een groepje mussen bezoekt dagelijks mijn tuin om een hapje van de vetbollen te eten. Jarenlang heb ik ze niet gezien. Ze nestelen in de straat, waar ze via een kiertje toegang hebben tot een holte in het betreffende huis. Niet toevallig boven een verwaarloosde tuin in de straat. Zo’n plek biedt alle drie de V’s die ze nodig hebben. Ik hoop dat die tuin niet “opgeknapt” (lees bestraat) gaat worden, zoals veel andere voortuintjes. Want behalve het groen zullen daarmee ook de mussen verdwijnen. 

Afgelopen jaar broedden er pimpelmezen in het nestkastje aan de pergola maar ook dat liep niet goed af. Het nest werd verlaten na het leggen van een handvol eitjes. De oorzaak was niet duidelijk. Misschien voelden de vogels zich onveilig vanwege de vele katten in de buurt of misschien was één van de oudervogels doodgegaan. Het nestje heb ik bewaard, het zit prachtig in elkaar en is afgewerkt met veertjes en zacht mos. Vogels hebben steeds vaker een calciumtekort wat dunne eierschalen tot gevolg heeft. Jonge vogels breken soms zelfs hun pootjes in het nest. Het tekort aan calcium is een gevolg van de verzuring van de bodem door de uitstoot van verkeer, landbouw en industrie waardoor voedingsstoffen uitspoelen. 

Ook de roodborst zie ik sinds de herfst weer in de tuin. Hij zit vaak soeverein op zijn uitkijkpost op een takje van de beukenhaag. Daar zit hij met zijn roestbruine borst perfect gecamoufleerd tegen de achtergrond van het verdorde blad van de haag. Zodra hij de mussen in ’t snotje krijgt scheert hij er met een schijnbeweging rakelings langs. De mussen laten zich niet verstoren, ze kennen de streken van de roodborst zo langzamerhand wel. 

Af en toe scharrelt er een bruin-grijzig vogeltje op de grond dat in eerste instantie op een gewone mus lijkt, maar bij nader inzien een heggenmus is. Hij is geen familie van de huismus en het is bovendien een insecteneter. Dat kun je zien aan de spitse vorm van de snavel. Zaadeters zoals vinken hebben een kegelvormige snavel. De heggenmus had ik de laatste 5 jaar niet gezien, net als groenlingen en vinken. 

Merels zijn trouwe bezoekers van mijn tuin. Het schijnt niet goed met ze te gaan door enerzijds het Usutu virus waar ze een aantal jaren geleden aan bezweken; anderzijds zijn er minder groene tuinen en is er dus minder voedsel. De merel staat de laatste jaren niet meer in de top 3 van de nationale tuinvogeltelling terwijl het de meest algemene tuinvogel was. Ik zou de prachtige zang van de merel ’s avonds en in de vroege morgen niet willen missen. Dat hoort zo bij het leven en geeft een fijn gevoel van bestendigheid. 

Tel je komend weekend ook de vogels in je tuin? Je kunt een zoekkaart downloaden op de website van de Vogelbescherming. Je telt een half uurtje met een kop koffie in de hand. Dat is in tegenstelling tot een half uur achter je computer een echte beleving!

Klik op onderstaande link voor meer informatie over de tuinvogeltelling:

https://www.vogelbescherming.nl/tuinvogeltelling