Ik hou van bloemen! Maar niet van bloemen die in Kenia worden geteeld, hier naar toe worden gevlogen, en bestrijdingsmiddelen bevatten die in Europa zijn verboden. In de media verscheen dit jaar zelfs het bericht dat je beter je handen kunt wassen na het schikken van een gekocht boeket. In Frankrijk won een bloemist de rechtszaak waarin werd vastgesteld dat haar 11-jarige dochtertje overleed aan leukemie ten gevolge van haar moeder’s jarenlange contact met bestrijdingsmiddelen.
Op mijn moestuin zaaide ik Cosmea, lathyrus en korenbloemen. En tussen de tuinbonen en op allerlei andere plekken groeide uitgezaaide dille. In een andere hoek staan margrieten, phloxen, dahlia’s en zonnehoed. Ik hoef dus nooit meer bloemen te kopen.


Elke week neem ik een verse bos bloemen mee naar huis. Zo ook vorige week. Het werd een mix van asters, cosmea, hertshooi, pimpernel, rozen, wilde marjolein en dille. De bos stond al een poosje op tafel te pronken toen ik op een dag rupsenpoepjes eronder zag liggen. Na wat speurwerk ontdekte ik in de dille de geel-zwart gestreepte rups van de koninginnenpage. Hij logeerde hier dus al een kleine week en raakte zo langzamerhand door zijn voedselvoorraad heen. Ik knipte de bloem waar hij op zat af en deed hem voorzichtig in een potje. Op de site van de Vlinderstichting las ik dat de rupsen een soort verdedigingswapen hebben dat bij gevaar wordt uitgestulpt en een vieze geur verspreidt. De rups voelde kennelijk mijn goede bedoelingen en liet zijn wapenuitrusting achterwege.


Er zat niets anders op dan de rups dezelfde dag nog naar de dille in de tuin terug te brengen. Een dag later zag ik de rups bezig zich door de dille een weg te eten naar zijn levensfase als pop.
Nu heb ik dan wel de rups gezien, maar nog nooit de vlinder! Binnenkort zal hij als pop in de kruidlaag liggen wachten op het komend voorjaar. Als dank voor mijn hulp zou het een mooi cadeau zijn wanneer ik hem dan als prachtige vlinder de wijde wereld in zie trekken.

