Het is een jaar of 10 jaar geleden dat ik kennis maakte met de vingerhelmbloem bij mijn zoon in de tuin. Ik vond hem leuk en vroeg of ik er wat van mee mocht nemen. Dat mocht, en de verhuizing naar mijn tuin beviel het plantje want sindsdien heeft zij zich gestaag uitgebreid. En dat in de vroege lente, waarin de vaste planten nog op gang moeten komen. 

De  Latijnse naam van vingerhelmbloem is Corydalis Solida. Het is een knolgewasje dat maar kort boven de grond staat. Na de bloei vormt het zaad en sterft vervolgens vrij snel af. De mieren verspreiden de zaden door de tuin. Er zit namelijk een wit, zoetig aanhangseltje aan de zaden, het zogenaamde mierenbroodje, waar ze dol op zijn. Ze slepen het zaadje mee naar het nest en onderweg komt het vaak al los van het broodje en zo vind de verspreiding plaats. Veel andere plantenzaden hebben ook mierenbroodjes. Bijvoorbeeld het sneeuwklokje, stinkende gouwe en het driekleurig viooltje. De natuur heeft het mooi geregeld!

De vingerhelmbloem bloeit in maart met roze tot lila bloemen en wordt ongeveer 10 centimeter hoog. Het fijne blad is blauwig-groen. Je plant haar in de herfst op een diepte van 3 x de diameter van de knol. Ze doet het in zon en schaduw en is ook al niet kritisch ten aanzien van de grondsoort. Ze wordt tot de stinzenplanten gerekend, groeit oorspronkelijk van  Zuid-Europa tot in West-Azië en is eeuwen geleden op buitenplaatsen in Nederland aangeplant. 

Hommels bezoeken de vingerhelmbloem maar al te graag. Wanneer zo’n uitgehongerde koninginnenhommel neerstrijkt op de kleine plantjes bezwijken ze bijna onder haar gewicht. Ik vind haar een aanwinst voor de tuin want ze bedekt de nog kale plekken in de border zo mooi. Bovendien combineert ze prima met allerlei andere voorjaarsbloeiers. Probeer haar eens en je zult zien dat je haar niet meer wilt missen. 

Meer lezen over de vingerhelmbloem? Kijk dan eens op Flora van Nederland.