Er zijn verschillend onderzoeken gedaan naar de redenen waarom tuinbezitters kiezen voor het bestraten van hun tuin. Een van de redenen is dat kennis en vaardigheden die nodig zijn bij het tuinieren verloren gaan doordat vorige generaties die niet meer overbrengen. Een andere reden is de toenemende verstedelijking waardoor mensen steeds minder contact met de natuur hebben en er soms zelfs bang voor worden. 

Een onderzoek uit 2024 wees uit dat mensen die van een nette tuin houden vaak voor het bestraten van de tuin kiezen. Ze vinden een groene tuin er rommelig uitzien. Dat lijkt er op te wijzen dat zij geen onderscheid maken tussen binnen en buiten.  De tuin is voor hen vooral een verlengde van het huis in plaats van een groene ruimte waar ook dieren een leefgebied kunnen hebben. In plaats van een fijne groene en kleurrijke plek waar je in de zomer van kunt genieten, geven zij de voorkeur aan steen. Misschien gaat het niet altijd heel bewust maar het blijft lastig te begrijpen waarom een groene omgeving zo vanzelfsprekend wordt afgewezen. 

een groene naast een vooral betegelde tuin

Een ander onderzoek liet zien dat mensen denken dat de buren liever zien dat zij (ook) bestraten. Mensen denken dat een stenen tuin geen onderhoud vraagt. Dat dit in Gouda een illusie is bewijst het verzakken van de tegels. Ophogen is een zware klus die telkens terugkeert. In het voorjaar zijn de tegels groen en glad door algaanslag. Ga je die met de hogedrukreiniger te lijf dan zal het elk jaar erger worden. Je dacht geen onkruid te hoeven wieden? Jammer maar er zal van alles gaan groeien tussen de voegen van de tegels. Zaden komen immers via de lucht ook in jouw tuin terecht. 

Maar de belangrijkste vraag is misschien wel deze: hoeveel uren in de zomer kun jij genietend doorbrengen in jouw stenen tuin? Weegt de vermeende tijdsbesparing eigenlijk wel op tegen het feit dat je stenen tuin vaak te heet is om van te kunnen genieten? Kun je überhaupt wel genieten van een stenen tuin? Dat waag ik te betwijfelen. 

De mens is een kuddedier: bestraten de naaste buren hun tuin dan neigen zij hetzelfde te doen.  Maar als stenen tuinen besmettelijk zijn dan zijn groene dat in principe ook. Dat is in onze straat duidelijk zichtbaar met behulp van google-maps. De rij huizen waar ik woon hebben allemaal een groene tuin. De rij huizen aan de overkant hebben voornamelijk een stenen tuin. In de loop der jaren zijn bijna alle buren met een stenen voortuin hun auto voor het huis gaan parkeren. Terwijl we voldoende parkeergelegenheid hebben op de riante parkeerplaatsen. Ook hier speelde het kopieergedrag. Persoonlijk kijk ik liever tegen groen aan dan tegen de auto van de buren. De voortuin, bedoeld als buffer tussen privé en openbare weg heeft haar functie verloren. Dus laat ik de beplanting nog maar wat hoger groeien. Wat weer op commentaar kan rekenen van sommige groen-vrezende buren. Het is de wereld op zijn kop…

Er is nog een andere categorie stenen tuin bezitters: zij die hun tuin als opslagplaats gebruiken. Want in deze tijden van welvaart heeft een mens al gauw teveel rotzooi. Buiten maken we een afdak en hup, voorlopig staat het daar goed. Terwijl de één snakt naar een tuin, gooit de ander hem dicht met stenen. Een kwestie van smaak? Ik denk dat het meer een kwestie van leefstijl is. Het is zorgwekkend wanneer we die harde stadse wereld steeds meer als norm gaan ervaren en alles wat met natuur te maken heeft willen buitensluiten. Daarmee doen we onszelf beslist tekort. 

Na een hevige regenbui

 Het is ongelijk verdeeld in een stad waar mensen alles willen op een klein oppervlak: wonen, parkeren, rijden, winkelen, recreëren enzovoort. De gemeente wil ruimte voor stadsnatuur, zodat de stad leefbaar blijft, voor mens én dier. Zij stelt nu een grens aan het ongeoorloofd gebruik van stukken grond die aan tuinen grenzen: het zogenaamde snippergroen. Mensen die zich niet bewust waren van het oneigenlijk in gebruik hebben van een stukje grond, soms vele jaren, moeten dit nu terug geven of kunnen het huren of kopen. In sommige gevallen is er sprake van verjaring en komt het stukje grond toe aan de bewoner. Ik las dat je in sommige wijken een stukje groen kunt kopen wanneer het om tuinuitbreiding gaat.  Eventueel kan de koper later een omgevingsvergunning aanvragen om er een bouwsel op te plaatsen. Op die manier raakt Gouda wellicht nog meer openbaar groen kwijt. Terwijl we in Gouda gemiddeld 2 meter onder NAP leven en het riool de hevigste buien niet aankan.  Op deze wijze wordt wat oorspronkelijk groen was te grabbel gegooid. In zo’n compacte stad als Gouda moeten we zuinig zijn met elke meter groen die we hebben. Want grond die wordt opgegeven is wellicht aan de bestraters overgeleverd.