Met de week van de biodiversiteit achter de rug vragen bezitters van een tuin zich af hoe ze de natuur in hun tuin een handje kunnen helpen. Ook bij de tuinambassadeurs komen dergelijke vragen binnen, meestal van mensen die al een groene tuin hebben. Want het kan altijd beter.

Ik was aanwezig bij de lezing van de stadsecoloog over wilde bijen. Dat was veruit de best bezochte activiteit in die week. Geweldig om zo’n grote interesse in bijen te zien! De stadsecoloog vertelde dat van de ruim 350 soorten wilde bijen de meeste in de grond nestelen.

Een paar dichtgemetselde – en behangen gangen in een bijenhotel

Ik heb, net als veel andere bijenliefhebbers een bijenhotel hangen. Daar bedien je dus maar een klein deel van de wilde bijen mee. Bovendien zijn veel hotels niet geschikt: ze hebben bijvoorbeeld te grote gaten ipv de vereiste 2 tot 10 mm voor de verschillende metsel- en behangersbijen. Ook kunnen de gangen te ondiep zijn: ze moeten minimaal 10 cm diep en aan de achterkant dicht zijn. De holtes moeten glad zijn zodat de bijen hun vleugels niet kunnen beschadigen. Hang het hotel op een beschutte plek in de zon op het zuiden of zuid-oosten. 

Een dergelijk hotel koop je beter niet.

Dit jaar kocht ik een bijenhotel met een luikje en plastic gangen(met gaatjes) waarin je de bijen kunt zien zitten. De stadsecoloog vertelde dat deze hotels leuk zijn als demonstratie maar eigenlijk niet voldoen door het gebrek aan ventilatie. Op de heemtuin kregen ze zo’n hotel cadeau en daarin beschimmelde het broed. Een afrader dus!

In mijn tuin zag ik deze week een hoopje zand op de tegels liggen. Meestal is dat een teken dat mieren daar een nest hebben. Ik keek er een tijdje naar en op een gegeven moment kwam er een kleine zeefwesp tevoorschijn. Die vangt vliegen voor haar jonge larven. Ze maakt ondergronds kamertjes en deponeert meerdere vliegen in een kamertje waarin ze vervolgens een eitje legt. Het kamertje wordt daarna afgesloten. Zelf leeft ze met name van nectar van schermbloemen. Ze is dus één van de vele soorten bestuivers.

Hoe helpen we nu de zandbijen? Het eenvoudigste is door ruime voegen tussen tegels te laten. Misschien heb je deze bijensoort zonder het te weten al in je tuin. Verschillende zandbijen zijn zo klein dat je ze misschien voor vliegjes aanziet. Je kunt ook een onbegroeid zandheuveltje in de zon creëren. Om het zand op zijn plek te houden kan het handig zijn om er een soort houten raamwerkje omheen te plaatsen.  Zorg dat het zand onbegroeid blijft. De meeste wilde bijen kunnen ons vanwege hun kleine formaat niet steken. Hommels, en dan alleen de vrouwtjes, kunnen dat natuurlijk wel. 

Behalve nestgelegenheid hebben zandbijen ook voedsel nodig. Verschillende soorten verzamelen stuifmeel van bijvoorbeeld wilg, beemdkroon, ooievaarbek en klokjesbloemen voor hun broed.

Kijk hier voor specifieke informatie

Vermijd planten die met bestrijdingsmiddelen zijn gekweekt. Want dan lok je de bijen in een dodelijke val. Klik hier voor een kleinschalige kwekerij in Boskoop

Wil je meer leren over wilde bijen in je tuin? Download dan de app Obsidentify op je smartphone. Je levert een bijdrage aan burgerscience en wordt beloond met meer kennis van de wondere wereld van wilde bijen. Dat zijn twee bijen in één klap!

2 klokjesbijen slapend in een geraniumbloem