Niet alle werelddelen hebben 4 seizoenen zoals wij dat kennen. Dat heeft te maken met een kleine scheefstand van de aarde – zo’n 23,5 % – ten opzichte van de zon waar ze om heen draait. Als de stand van de aarde niet scheef zou zijn dan zouden we het hele jaar door evenveel zon hebben. Ik moet er niet aan denken. Afgezien van de extra problemen die zouden ontstaan door de klimaatverandering, voelt die afwisseling van de seizoenen voor mij bijzonder. Elk seizoen heeft zijn bekoringen. Na de winter kijk ik uit naar de eerste hommels die hongerig naar nectar zoeken op de bloeiende krokussen.

De aarzelende groene waas die op de kruinen van de bomen ligt. De eerste zachte dagen waarop de dikke winterjas even aan de kapstok kan blijven hangen. In de zomer wordt de natuur steeds uitbundiger en kleurrijker. Door de zomertijd kun je de hele avond buiten zijn. De herfst tovert ons het mooiste kleurenpalet voor dat de natuur tot haar beschikking heeft. Bomen laten hun kale wintergedaante zien. Het afgevallen blad is voedsel voor het bodemleven en geeft in de winter bescherming aan allerlei insecten. Half november komt de winter al een beetje in zicht. Er wordt dit weekend alvast een speldenprikje uitgedeeld. In de winter speelt ons leven zich meer binnen af. We maken het gezellig met kaarsen en houden ons warm met een extra trui en dekentje nu de energieprijzen fors zijn gestegen. Maar niet iedereen heeft kennelijk last van flexibele contracten want in sommige tuinen blijft de verlichting gewoon de hele nacht branden.

De seizoenen bepalen de levenscyclus van planten en dieren. Vaste planten sterven meestal bovengronds af, om in het voorjaar weer van start te gaan. Er zijn ook groenblijvende vaste planten, die bovengronds dus goed tegen lage temperaturen bestand zijn. De éenjarigen zijn planten die de winter in principe niet overleven. Maar door de warmere zomers en minder koude winters zie je dat verschillende planten zoals goudsbloemen het toch redden tot de volgende zomer.

Veel dieren zoeken een schuilplaats om te overwinteren, bijvoorbeeld citroenvlinders en andere insecten. In de stengels van afgestorven vaste planten vinden zij hun onderdak.

Soms komen dieren binnen overwinteren. Dit jaar hoor je veel over grote groepen lieveheersbeestjes die in een hoek van de zolder of zelfs in huis een plekje hebben gevonden. Vlinders als de gehakkelde aurelia en atalanta overwinteren graag in een onverwarmde ruimte zoals een schuur.

Egels houden een winterslaap op een droge plek tussen bossages en veel bladeren of in een egelhuis. Hommelkoninginnen overwinteren vaak in een oud muizenhol onder de grond. Zij maken een soort anti-vries aan, glycerol, waardoor zij een koudeperiode kunnen overleven.

Hoe hebben wij mensen ons aangepast aan barre tijden? Als het goed is hebben we een comfortabel huis waarin we voor de elementen kunnen schuilen. We hebben elektrisch licht, centrale verwarming of een warmtepomp. In Nederland hebben we het water bedwongen terwijl we in een delta wonen. In winkels is al het denkbare(en ondenkbare) te koop. Is het hier te koud dan vliegen we naar een warmer oord. Een nieuw verschijnsel is dat mensen de winter doorbrengen in Spanje omdat het huis verwarmen evenveel kost als een verblijf daar. Maar ook gaan veel mensen skiën in Zwitserland en Oostenrijk op kunstsneeuw. Die valt daar namelijk niet genoeg door de klimaatverandering waardoor sneeuw van elders op de piste moet worden aangebracht.

Door het tekort aan daglicht kun je je wat somber gaan voelen. Zonlicht zorgt er immers voor dat je cortisol aanmaakt en actiever wordt, terwijl door het gebrek aan daglicht meer melatonine wordt aangemaakt waardoor je je juist moe en lusteloos kunt voelen. Daarom is het goed om dagelijks een wandeling te maken, het liefst in een natuurlijke omgeving. Wat is er fijner dan een boswandeling in de herfst! Na al dat bewegen voel je je voldaan en wakkerder en is je lichaam lekker warm.

Wil je meer lezen over het waarom van seizoenen? klik dan op onderstaande link:

https://wibnet.nl/natuur/waarom-bestaan-er-seizoenen